|
|
-
Als
de prijzen in een land sterker stijgen dan in het buitenland,
verslechtert de concurrentiepositie van dat land (de
mogelijkheid om te concurreren).
-
Buitenlanders
kopen minder in het land met de hoge inflatie, dus de export
daalt.
-
Voor
inwoners van het land met de hoge inflatie worden buitenlandse
producten goedkoper, dus de import stijgt.
-
Als
de waarde van de export daalt en de waarde van de import
stijgt, verslechtert het saldo op de lopende rekening en
er kan een tekort op deze rekening ontstaan.
-
Als
het tekort op de lopende rekening niet wordt gecompenseerd door een
overschot op de kapitaalrekening (= financiële rekening),
verslechtert het saldo van de totale betalingsbalans en is er geen
materieel betalingsbalansevenwicht meer.
|
|

|
-
Als de centrale bank (niet:
de overheid!) de rente in een land verhoogt, wordt het voor (1)
internationale beleggers aantrekkelijker om in dat land te beleggen.
Hierdoor stijgt de kapitaalimport van dat land (er
komt extra kapitaal het land binnen). Ook voor (2) binnenlandse
beleggers wordt het aantrekkelijker om in eigen land te beleggen,
waardoor er minder kapitaalexport plaatsvindt.
-
Meer
kapitaalimport en minder kapitaalexport leiden beide tot een
verbetering van de financiële rekening.
-
Een overschot op de financiële rekening kan zo een
tekort op de lopende rekening compenseren, waardoor het saldo van de
betalingsbalans wordt verbeterd en materieel betalingsbalansevenwicht
kan worden hersteld.
|
|

|
Voor
de euro-landen geldt dat de centrale banken van de afzonderlijke landen
niet meer over de bevoegdheid beschikken om het renteniveau te veranderen.
Dat mag alleen de ECB in Frankfurt doen. De overheid zal in deze
landen dus zelf moeten ingrijpen:
-
Als
er een tekort is op de lopende rekening moet de regering de
belastingen verhogen. Als (1) de loon- en inkomsten belasting wordt
verhoogd, daalt het netto-inkomen van de gezinnen. Als (2) de BTW
wordt verhoogd, daalt de koopkracht van de gezinnen.
-
Als
(a) de gezinnen over minder geld beschikken of als (b) de prijzen
stijgen, kunnen de gezinnen minder kopen, dus ook minder buitenlandse
eindproducten. In veel binnenlandse producten zijn bovendien
buitenlandse grondstoffen verwerkt. Als er minder binnenlandse
producten worden gevraagd, zullen er ook minder worden gemaakt en
zullen er vervolgens ook minder grondstoffen worden geïmporteerd. Conclusie:
zowel (1) de import van eindproducten als (2) de import van
grondstoffen daalt.
-
Daling
van de waarde van de import leidt bij een onveranderde waarde
van de export tot een verbetering van het saldo op de lopende
rekening.
|