Positief of negatief verband
Bij het vak economie wordt vaak gesproken over factoren die invloed op elkaar hebben. Om duidelijk te maken op welke wijze de ene factor de andere beïnvloedt, spreken we van positieve of negatieve verbanden.
Bij een positief verband:
zal een stijging een stijging veroorzaken, of
een daling een daling
Voorbeeld
Als de grondstofkosten stijgen, zullen de prijzen stijgen, of
wanneer de grondstofkosten dalen, zullen de prijzen dalen.
(we gaan er nu even vanuit dat producenten veranderingen in de kosten
automatisch doorberekenen in hun prijs)
Bij een negatief verband:
zal een stijging een daling veroorzaken, of
een daling een stijging.
Voorbeeld
Als de prijs van chips stijgt, zal de vraag naar chips dalen, of
wanneer de prijs van chips daalt, zal de vraag naar chips stijgen.
|
Opgave Figuur 1 beschrijft de hoofdlijnen van een macro-economisch model voor de reële sfeer van een open economie. Alle pijlen geven oorzakelijke verbanden weer (ceteris paribus). Een [+] wijst op een positief verband en een [-] op een negatief verband. Bij sommige pijlen is de + of – weggelaten en vervangen door [….]. Figuur 1 Pijlenschema macro-economische verbanden Pijl 16 wijst op het verband tussen de rentestand en de bruto investeringen Een van de
pijlen geeft aan dat er sprake is van prijscompensatie. Het verband
tussen de bezettingsgraad en de prijzen (pijl 6) kan zowel positief als negatief
zijn. Sommige economen
zijn van mening dat een daling van de loonkosten een middel is om de
werkloosheid terug te dringen. Andere economen staan kritisch tegenover deze
opvatting. |